Indien na afweging van belangen voor gebieden met de functie
natuur en/of bos wordt besloten dat één van deze functies moet
wijken voor, of anderszins aanwijsbare schade ondervindt van een
ander aantoonbaar zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor
een ruimtelijke ingreep wordt toegestaan, zullen niet alleen
maatregelen worden getroffen met het oog op inpassing en
mitigatie ter plaatse van de ingreep, maar zal bovendien, indien
bedoelde maatregelen onvoldoende zijn, compensatie
plaatsvinden.
De gebiedscategorieën waarvoor compensatie zal worden toegepast
zijn:
kerngebieden van de ecologische hoofdstructuur;
gerealiseerde reservaats- en natuurgebieden;
kleinere natuurgebieden buiten de ecologische
hoofdstructuur die als zodanig zijn aangeduid in het
Provinciaal Omgevingsplan (POP), onder de werking van de
Natuurbeschermingswet vallen of zijn vastgelegd in een
bestemmingsplan;
agrarische gronden met natuurwaarden (zone IV POP);
biotopen van aandachtssoorten die op indicatie van de
soortenbeschermingsplannen van het rijk in
omgevingsplannen en/of bestemmingsplannen zijn
opgenomen;
bossen en landschappelijke beplantingen die onder de
werking van de Boswet vallen.
Deze verordening is ook van toepassing op ingrepen buiten de aangegeven
gebieden, indien deze ingrepen directe effecten binnen de gebieden
hebben.
Deze verordening is bovendien van overeenkomstige toepassing als
sprake is van schade op de locatie zelf door verlies aan
waardevolle landschappelijke elementen of structuren, schade aan
de omgeving, bijvoorbeeld door een storende visuele werking, het
verbreken van samenhang in het landschap of verlies aan openheid
en ingeval van aantasting van archeologische waarden.
Uitgangspunt bij de toepassing van compensatie is dat in
beginsel geen netto verlies aan waarden mag optreden.
Hoofdstuk
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Compensatieverordening Bos, Natuur, Landschap en Archeologie