Indien de jongere zich tegenover het dagelijks bestuur of zijn ambtenaren zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, wordt een maatregel opgelegd van 50% van de WIJ-norm. Indien bij de cliënt voor de eerste maal deze gedraging zich voortdoet, zal indien er cursusplaatsen beschikbaar zijn, de mogelijkheid worden geboden tot het volgen van een gedragscursus gericht op het voorkomen van dergelijke gedragingen. Bij succesvolle deelname zal de hoogte van de maatregel genoemd in dit artikel worden gehalveerd.
De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand.
Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven.
In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden opgelegd van 100% van de WIJ-norm, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een
maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
HOOFDSTUK 5. Handhavingsbeleid
Artikel 13.
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren RSD 2009