Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Aanwijzing van bedrijven met ontvangstvoorzieningen

Onderdeel van Havenverordening Den Helder

1.. Mede ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen wijzen burgemeester en wethouders bedrijven aan voor het in ontvangst nemen van schadelijke stoffen, rechtstreeks afkomstig van zeeschepen die in de haven worden gelost of geladen. 2.. De aanwijzing geschiedt met inachtneming van evenredigheid tussen het verwachte aanbod van krachtens de Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen aangewezen schadelijke stoffen enerzijds en de ontvangstmogelijkheden binnen de haven anderzijds, zodat onnodig oponthoud van zeeschepen bij de afgifte van die schadelijke stoffen wordt voorkomen. 3.. Voor aanwijzing voor het in ontvangst nemen van schadelijke stoffen, bedoeld in het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen (Stb. 1986, 160) en in het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Stb. 1988, 112) komen in aanmerking: bedrijven met los- en laadplaatsen en bedrijven voor scheepsreparatie, die een ontvangstvoorziening voor schadelijke stoffen hebben en in het bezit zijn van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor de inname van die stoffen; bedrijven die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighouden met het inzamelen, bewaren, bewerken, verwerken of vernietigen van alle - zowel krachtens de Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen als door burgemeester en wethouders - aangewezen schadelijke stoffen in een vaste inrichting aan wal en die tevens in het bezit zijn van een daarvoor geldende vergunning op grond van de Wet milieubeheer; bedrijven, niet beschikkende over een vaste inrichting als onder b bedoeld, die wel in het bezit zijn van een voor het inzamelen en afleveren geldende vergunning op grond van de Wet milieubeheer en die ingevolge de hen verleende vergunning of krachtens overeenkomst verplicht zijn tot aflevering van de ingezamelde schadelijke stoffen aan een bedrijf als onder b bedoeld. 4.. Voor aanwijzing voor het in ontvangst nemen van schadelijke stoffen, bedoeld in het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen (Stb. 1988, 636) komen in aanmerking: bedrijven met een vaste inrichting aan de wal, die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezig houden met het inzamelen, bewaren, bewerken, verwerken of vernietigen van stoffen, bedoeld in de Wet milieubeheer; bedrijven, niet beschikkende over een vaste inrichting als onder a bedoeld, die krachtens overeenkomst verplicht zijn tot aflevering van de ingezamelde schadelijke stoffen aan een bedrijf als onder a bedoeld. De aanwijzing van een onder a bedoeld bedrijf vindt niet plaats anders dan in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Rechtspraak bij dit artikel