De in artikel 6.1 bedoelde aanwijzing geschiedt voor de duur van
ten hoogste vijf jaren.
Aan een aanwijzing kunnen beperkingen en voorschriften worden
verbonden die betrekking hebben onder meer op:
de ontvangstvoorzieningen waarover het bedrijf beschikt
en de veranderingen daarvan;
de mate van beschikbaarheid voor en de verplichting tot
het in ontvangst nemen van schadelijke stoffen;
de soorten schadelijke stoffen waarvoor de aanwijzing
geldt;
het meedelen van het tarief voor de kosten die in
rekening worden gebracht aan schepen die schadelijke
stoffen afgeven;
het melden van het in ontvangst nemen van de schadelijke
stoffen en het verstrekken van gegevens
daaromtrent;
bescherming van het milieu.
Burgemeester en wethouders kunnen de duur van een aanwijzing
telkens met een tijdvak van ten hoogste vijf jaren verlengen,
zonodig met gewijzigde beperkingen en voorschriften.
Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing of verlenging
voor het nog te doorlopen deel van de geldigheidsduur intrekken
indien:
een reden waarom zij heeft plaatsgevonden is
vervallen;
een beperking of voorschrift niet wordt nageleefd;
zich na de aanwijzing of verlenging zodanige feiten of
omstandigheden voordoen dat, indien deze ten tijde van
de aanwijzing of verlenging bekend waren geweest, de
aanwijzing of verlenging niet of niet in die vorm zou
hebben plaatsgevonden.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Geldigheidsduur van de aanwijzing; beperkingen en voorschriften
Onderdeel van Havenverordening Den Helder