1. 1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.
  2. 2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:
    • - besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;
    • - relevante wijzigingen in de financiële en/of organisatorische verhouding met derden;
    • - ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;
    • - wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.
    • - overige handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op, een relatie hebben met of van invloed kunnen zijn op de subsidieverstrekking.
  3. 3. Het college kan bij de subsidieverlening expliciet bepalen dat voor ontwikkelingen of handelingen zoals genoemd in lid 2 vooraf toestemming van het college dient te worden verkregen.
  4. 4. De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan door of namens het college of de raad ingesteld onderzoek, gericht op de ontwikkeling van beleid, de kwaliteit of de effecten van de gesubsidieerde activiteiten of producten of de effectiviteit van de subsidieverstrekking.