1. 1. De raad kan voor de in artikel 2.1. bedoelde beleidsterreinen beleidsregels alsmede bijzondere verordeningen vaststellen, waarin het subsidiebeleid ten aanzien van deze beleidsterreinen nader wordt omschreven.
  2. 2. De raad stelt jaarlijks in het kader van de begrotingsbehandeling de budgetten vast die voor subsidiëring beschikbaar zijn.
  3. 3. Het college besluit met toepassing van deze verordening en eventuele bijzondere verordeningen of subsidiebeleidsregels tot verlening, intrekking, wijziging en vaststelling van subsidie.
  4. 4. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden en om budgetsubsidieovereenkomsten aan te gaan.