In deze verordening wordt verstaan onder:
Wet: De Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg)
(Staatsblad 1993, 545).
Voorziening: Een woonvoorziening, een
vervoervoorziening of een rolstoel.
Woonruimte: Besloten ruimte die, al dan niet
tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt
is voor bewoning door een huishouden en nader te
onderscheiden in:
zelfstandige
woonruimte:
een woonruimte welk een eigen toegang heeft
en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat
dit afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
ruimte en
onzelfstandige
woonruimte:
een woonruimte welke door het
ontbreken van een eigen toegang en/of wezenlijke
voorzieningen niet als zelfstandige woonruimte kan worden
aangemerkt.
Onder woonruimte wordt ook verstaan woonschip of
woonwagen.
Met woonschip wordt bedoeld een vaartuig uitsluitend of
hoofdzakelijk gebezigd als of bestemd tot woon- of
nachtverblijf van een of meer personen;
Met woonwagen wordt bedoeld een woonwagen als bedoeld in
artikel 1 van de Woonwagenwet (Staatsblad 1968, nr 98).
Ergonomische belemmering: Bouwkundige of
woontechnische belemmering, die aantoonbaar in de weg staat
bij het normale gebruik van de woonruimte en die
rechtstreeks ondervonden wordt als gevolg van lichamelijke
functionele beperkingen van de belanghebbende. Een en ander
voor zover de belemmering niet voortvloeit uit de aard van
de gebruikte materialen.
Hoofdverblijf: De woonruimte waar de gehandicapte
zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres
hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
is ingeschreven, dan wel zal zijn ingeschreven.
Gemeenschappelijke ruimte(n): Gedeelte(n) van een
woongebouw, niet-behorende tot de onderscheiden woningen,
bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte
vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken.
Inkomen: Het bruto-inkomen per maand uit loon of
sociale uitkering exclusief vakantietoeslag, inclusief
overhevelingstoeslag, alsmede inkomsten uit alimentatie,
verminderd met de daarover verschuldigde loonbelasting,
sociale verzekeringspremies en pensioen-premies, waarbij
voor:
gehandicapten jonger dan 18 jaar, uitgegaan wordt van het
inkomen van de ouders of pleegouders;
gehandicapten met een echtgeno(o)t(e) in de zin van artikel
1, lid 2 t/m 4 Wvg uit-gegaan wordt van het gezamenlijk
inkomen van de gehandicapte en zijn/haar
echtgeno(o)t(e);
gehandicapten die permanent in een inrichting verblijven het
inkomen verminderd wordt met de verschuldigde AWBZ-bijdrage
in verband met de kosten van verblijf in die
inrichting.
Norminkomen: Het norminkomen wordt gesteld op 1,5
maal de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 30 sub c. van
de Algemene bijstandswet. Voor gehandicapten die permanent
in een inrichting verblijven wordt het norminkomen, gesteld
op 1,5 maal de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 31 lid 1
sub b van de Algemene bijstandswet.
Inrichting: en inrichting als bedoeld in artikel
8, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(AWBZ) (Staatsblad 1967, nr. 617).
Peildatum: de eerste dag van de maand waarin de
aanvraag is gedaan en in geval van verlenging van en eerder
verstrekte voorziening, de eerste dag van het kalenderjaar
waarin sprake is van verlenging.
Gemaximeerde vergoeding: het bedrag dat ten
hoogste wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de
inkomensgrens.
Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in
de kosten van een voorziening.
Forfaitair bedrag: een vastgesteld bedrag dat
wordt verstrekt los van de werkelijke kosten van een
voorziening.
Collectief Vraagafhankelijk Vervoer Leidse Regio (CVV
Leidse Regio): het openbaar vervoerssysteem voor
de Leidse Regio dat op verzoek van de passagier het vervoer
regelt van deur tot deur.
Leidse Regio: de gemeenten Alkemade, Leiden,
Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude.
Regulier openbaar vervoer: het openbaar vervoer
via vaste netlijnen en op vaste tijden.
Basis OV-tarief: het tarief per zone in het
regulier openbaar vervoer, waarbij geen rekening is
gehou-den met een lager tarief voor specifieke groepen.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2002