Indien voor de belanghebbende die eigenaar is van een door
hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, recht
op bijstand bestaat als bedoeld in artikel 50, eerste lid van de
Wet werk en bijstand én die bijstand de vorm heeft van een
geldlening, als bedoeld in artikel 50, tweede lid van de Wet
werk en bijstand, wordt die verleend onder verband van
hypotheek.
Indien bijzondere bijstand wordt verleend, wordt de bijstand
niet verleend in de vorm van een geldlening onder verband van
hypotheek indien de belanghebbende recht heeft op een uitkering
als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet
inkomensvoorziening kunstenaars.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de
zelfstandige als bedoeld in artikel 1onder b van het Besluit
bijstandsverlening zelfstandigen 2004.
Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking
tot de voorwaarden waaronder bijstand in de vorm van een
geldlening in verband van hypotheek wordt verleend.