Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004

Indien voor de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoondewoonwagen met bijbehorend erf of een bewoond woonschip onder een bepaald tonnage metbijbehorend erf, overeenkomstig het bepaalde in artikel 50, eerste lid van de Wet werk en bijstandrecht op bijstand bestaat én die bijstand de vorm heeft van een geldlening, als bedoeld in artikel50, tweede lid van de Wet werk en bijstand, wordt die verleend onder vestiging van eenpandrecht. Indien bijzondere bijstand wordt verleend, wordt de bijstand niet verleend in de vorm van eengeldlening onder verband van pandrecht indien de belanghebbende recht heeft op een uitkeringals bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de zelfstandige als bedoeld in artikel 1 onder b van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaronderbijstand in de vorm van een geldlening onder vestiging van een pandrecht wordt verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel