Voordat er tot verlaging wordt overgegaan, wordt de jongere in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van de jongere kan achterwege worden gelaten indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de jongere reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
de jongere niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 11, vierde lid, van de wet, werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 44 van de wet;
het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid;
de verlaging wordt toegepast wegens zeer ernstige misdragingen als bedoeld in artikel 37 eerste lid.
De jongere die in aanmerking komt voor een afstemming als bedoeld in artikel 37 tweede lid is niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het de afstemming betreft. De jongere wordt hiervan in kennis gesteld voordat hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 28
Horen van de jongere
Onderdeel van Verordening investeren in jongeren