Tenzij in deze verordening anders is bepaald wordt de verlaging toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging van de inkomensvoorziening aan de jongere is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de geldende WIJ-norm ten tijde van de gedraging.
In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de inkomensvoorziening nog niet is uitbetaald. Daarbij wordt uitgegaan van de geldende WIJ-norm ten tijde van de gedraging.
Indien de verlaging als gevolg van beëindiging van de inkomensvoorziening niet kan worden toegepast op de wijze zoals vermeld in artikel 30, eerste en tweede lid van deze verordening, kan de afstemming bij wijze van herziening worden opgelegd over de inkomensvoorziening welke de jongere heeft ontvangen gedurende, en aansluitend op, de periode dat de jongere afstemmingswaardig gedrag heeft vertoond. Het bedrag dat als gevolg van de herziening van het recht op inkomensvoorziening teveel is betaald, kan van de jongere worden teruggevorderd.
Een verlaging wordt voor een bepaalde tijd toegepast of totdat de belanghebbende de tekortkomingen heeft hersteld. Een verlaging die voor een periode van meer dan drie maanden wordt toegepast, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd door het college heroverwogen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 30
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Verordening investeren in jongeren