Artikel 18 ziet op de hantering van het bevel jegens eigenaren of erfpachters die het verontreinigde perceel slechts in gebruik hebben voor bewoning door henzelf. Met het geven van saneringsbevelen aan bewoners moet, blijkens de parlementaire geschiedenis, terughoudend worden omgegaan. Voor het bevel NO, SO, het bevel TBM en bevel beheermaatregelen gelden echter de artikelen zoals deze gelden voor iedere eigenaar of erfpachter. De eigenaar/erfpachter-bewoner kan worden aangemerkt als veroorzaker indien hij een huisbrandolietank heeft die heeft gelekt in de periode dat hij er gebruik van heeft gemaakt of als hij heeft nagelaten de tank, na gebruik, te verwijderen of anderszins op veilige wijze definitief onklaar te maken. In dat geval zijn de artikelen van hoofdstuk 2 op hem van toepassing. Indien de eigenaar/erfpachter-bewoner een huis met een huisbrandolietank heeft gekocht na 1 maart 1993 en blijkt dat deze tank bodemverontreiniging heeft veroorzaakt, wordt hij als een schuldig eigenaar of erfpachter aangemerkt. Op hem zijn dan de artikelen van in hoofdstuk 3, waaronder het saneringsbevel jegens een schuldig eigenaar of erfpachter, van toepassing. Aan een eigenaar/erfpachter-bewoner die volgens de criteria van artikel 46 eerste lid Wbb kan worden aangemerkt als een schuldig eigenaar of erfpachter en die voorts eigenaar of erfpachter is van een perceel waar de verontreiniging aan kan worden gerelateerd (bronperceel), kan een saneringsbevel gegeven worden op grond van het vierde lid van artikel 18. Het vaststellen van de kenbaarheid van de verontreiniging ten tijde van de eigendomsverkrijging dient te worden bepaald aan de hand van de omstandigheden van het concrete geval waarbij in principe kan worden aangesloten bij hetgeen is bepaald in artikel 15. Met de formulering van artikel 18, vierde lid wordt aangesloten bij de mogelijkheden die in de parlementaire geschiedenis van de Wbb en de Kamernotitie ongerechtvaardigde verrijking zijn open gehouden om de eigenaar/erfpachter-bewoner aan te spreken voor sanering van een bodemverontreiniging. In tegenstelling tot de landelijke notitie wordt de inzet van het saneringsbevel jegens een eigenaar/erfpachter-bewoner in ‘s-Hertogenbosch niet op voorhand beperkt tot gevallen van bodemverontreiniging veroorzaakt door een (lekkende) huisbrandolietank. De Beleidsregel kostenverhaal, artikel 75 Wet bodembescherming april 2007 spreekt meer algemeen over een aan de woonfunctie gerelateerde verontreiniging, waarmee onder andere ( maar niet uitsluitend) een verontreiniging veroorzaakt door het gebruik van een HBO-tank wordt bedoeld. Ook bij andere soortgelijke, duidelijk perceelsgerelateerde verontreinigingen behoort een saneringsbevel aan de eigenaar /erfpachterbewoner dus tot de mogelijkheden. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn indien het een bodemverontreiniging betreft met asbest. Overeenkomstig hetgeen is opgemerkt in de parlementaire behandeling zal hiermee terughoudend worden omgegaan.
Hoofdstuk 5
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Bevelsbeleid Wet bodembescherming 's-Hertogenbosch 2009