Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 2,

4, 5a en 6

Onderdeel van Bevelsbeleid Wet bodembescherming 's-Hertogenbosch 2009

-. Artikel 75, zesde lid Wbb - In de artikelen 2, 4, 5a en 6 wordt bepaald dat geen bevel aan de veroorzaker wordt gegeven indien de vervuiling voor 1 januari 1975 is ontstaan. Een uitzondering hierop wordt onder andere gemaakt voor de veroorzaker die voldoet aan de criteria van artikel 75, zesde lid Wbb. Ook met betrekking tot het aanbieden van compensatie wordt een uitzondering gemaakt voor de veroorzaker die voldoet aan de criteria van artikel 75, zesde lid Wbb. We hebben het dan over de veroorzaker die op het moment waarop de verontreiniging of aantasting door zijn toedoen werd veroorzaakt de ernstige gevaren kende of behoorde te kennen die aan de stoffen die de verontreiniging of aantasting hebben veroorzaakt verbonden waren en dat de veroorzaker met het oog op die ernstige gevaren zich ernstig verwijtbaar niet van de verontreinigende of aantastende gedragingen heeft onthouden. Indien deze gedragingen in beroep of bedrijf hebben plaatsgevonden, moeten voor wat betreft de ernstige verwijtbaarheid in het bijzonder in aanmerking worden genomen de destijds in vergelijkbare bedrijven gebruikelijke bedrijfsvoering en de destijds bestaande en voor de veroorzaker redelijkerwijs toepasbare alternatieven. Voldoet een veroorzaker aan deze criteria dan speelt het moment van veroorzaking geen rol bij het opleggen van een bevel en is een tegemoetkoming in de kosten niet mogelijk. -. Compensatie -Ook wanneer een vervuiling deels vóór en deels na 1975 is ontstaan, kan een bevel worden gegeven aan de veroorzaker. Het bevoegd gezag kan in een dergelijke situatie besluiten hem deels te compenseren in de kosten. Die compensatie kan pro rata temporis worden berekend, dat wil zeggen dat de compensatie wordt gerelateerd aan de verhouding tussen het deel van de verontreiniging dat voor en het deel dat na 1975 is ontstaan. Dit stemt overeen met de landelijke notitie “Beleid inzake kostenverhaal”. Het vierde lid van artikel 2 bepaalt dat wanneer de veroorzaker tevens eigenaar of erfpachter is, compensatie in de kosten achterwege blijft, tenzij dit leidt tot onevenredig nadeel. Onevenredig nadeel kan zich voordoen in situaties waarin bijvoorbeeld de veroorzaking voor 1975 heeft plaatsgevonden, maar omdat de veroorzaker tevens eigenaar of erfpachter is toch een bevel wordt gegeven. Op het punt van verrekening van de waardestijging wijkt de regeling voor de saneringsfase af van de onderzoeksfase. Dit is een gevolg van het feit dat de waardestijging eerst intreedt wanneer is gesaneerd; onderzoek heeft als zodanig geen effect op de waarde van het terrein. In het kostenverhaal op grond van ongerechtvaardigde verrijking is het uitgangspunt dat de eigenaar die zijn terrein heeft vervuild, de waardestijging als gevolg van de sanering door de overheid moet afdragen. Die lijn is hier in het bevelsbeleid doorgetrokken. Verder dienen bij een sanering eventuele andere voordelen zoals samenloopkosten in mindering te worden gebracht op de compensatie. De compensatie geschiedt alleen over de netto-saneringskosten. Van samenloop is sprake wanneer na de sanering bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Kosten van sloop en dergelijke dienen dan op de saneringskosten in mindering te worden gebracht. Ingevolge de Memorie van Toelichting op artikel 55b Wbb richt de overheid zich sinds de invoering van de wettelijke saneringsplicht niet meer tot de veroorzaker wanneer sprake is van een bedrijfsterrein. Wel wordt uitdrukkelijk de mogelijkheid open gehouden om voor bijzondere gevallen waarin de wettelijke saneringsplicht van de eigenaar of erfpachter niet uitvoerbaar is, aan de veroorzaker een saneringsbevel te geven. Alhoewel artikel 55b lid 2 Wbb zich niet expliciet uitstrekt tot het bevel SO vinden wij het logisch dat het SO in combinatie met het saneringsplan wordt opgesteld door de eigenaar of erfpachter op wie de wettelijke saneringsplicht rust. In dergelijke gevallen heeft het opleggen van een bevel SO aan de veroorzaker niet de voorkeur, juist vanwege de nauwe samenhang van het SO met het saneringsplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel