De verlaging als bedoeld in artikel 34 van de wet wordt zodanig vorm gegeven dat de van toepassing zijnde norm voor de inkomensvoorziening vermeerderd met een toeslag als bedoeld in artikel 3 van deze verordening in afwijking van het gestelde in artikel 3 van deze verordening maximaal gelijk is aan 75% van het voor de betreffende leeftijd geldende minimumloon als bedoeld in artikel 8 derde lid van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.