Naar hoofdinhoud
1.. Het is de zakelijk gerechtigde van een woonruimte verboden deze woonruimte te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als tweede of als recreatiewoning. 2.. Onder het gebruiken, het in gebruik geven of het laten gebruiken van een woonruimte als tweede of als recreatiewoning wordt in elk geval verstaan het beschikbaar hebben of houden van een tot bewoning bestemd en daarvoor geschikt gebouw ten behoeve van zichzelf of een ander, zonder dat hij of die ander zijn hoofdverblijf in dat gebouw heeft en er een redelijke termijn is verstreken, na welke het beschikbaar hebben of houden niet meer geacht kan worden te geschieden met het doel het gebouw te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als hoofdverblijf. 3.. Als criterium voor de vaststelling of iemand zijn hoofdverblijf in een gebouw heeft geldt, dat hij is opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel