**1..** Het verbod, vervat in artikel 2, geldt niet ten aanzien van iemand die
een woonruimte als tweede of als recreatiewoning in gebruik heeft op het
tijdstip van het van kracht worden van deze verordening.
**2..** Het gestelde in lid 1 heeft een persoonlijk karakter en geldt
uitsluitend ten aanzien van degene, die op genoemd tijdstip gerechtigde
van de daar bedoelde woonruimte is of, bij overlijden na het in werking
treden van deze verordening, diens echtgeno(o)t(e) en diens erfgenamen
in de eerste graad, diens pleeg- en stiefkinderen of diens partner met
wie de gerechtigde ten tijde van zijn overlijden (en blijkende uit een
notarieel vastgelegd sarnenlevingscontract) een gemeenschappelijke
huishouding voerde.
**3..** Voor opvolgende bewoners anders dan bedoeld in lid 2 geldt het verbod,
vervat in artikel 2, onverkort.