Bij overtreding van het verbod, vervat in artikel 2, eerste lid, kunnen
burgemeester en wethouders de woonruimte verzegelen. Deze verzegeling wordt
opgeheven op het moment dat de woonruimte in gebruik genomen wordt voor
permanente bewoning of dat de woonruimte door verhuur of verkoop opnieuw
voor permanente bewoning wordt bestemd of indien alsnog een ontheffing wordt
verleend.