Drie vormenArtikel 6 van de Wmo bepaalt het volgende:“Het college van burgemeester en wethouders biedt personen die aanspraak hebben op een individuele voorziening de keuze tussen het ontvangen van een voorziening in natura of het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar persoonsgebonden budget, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan.”Onder invloed van de wetsbepalingen zijn drie vormen van verstrekking van individuele voorzieningen mogelijk. Allereerst is er de voorziening in natura. Dat wil zeggen dat de gemeente de aanvrager een voorziening verstrekt die hij of zij kant en klaar krijgt aangeboden. Artikel 6 Wmo bepaalt dat een verplicht alternatief voor een voorziening in natura geboden moet worden en wel in de vorm van een persoonsgebonden budget. Dat is de tweede vorm van verstrekking. De derde vorm van verstrekking is de financiële tegemoetkoming. Deze blijkt uit artikel 7, lid 2 Wmo:“Een persoonsgebonden budget en een financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte wordt verleend aan de eigenaar van de woonruimte. Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing.”In relatie tot bouwkundige woonvoorzieningen wordt - in navolging tot de Wvg - de verplichting opgelegd om een financiële tegemoetkoming uit te betalen aan de eigenaar van de woning. Een dergelijke financiële tegemoetkoming kan alleen al om die reden in sommige situaties geen persoonsgebonden budget genoemd worden. Ook zal soms een financiële tegemoetkoming verstrekt moeten worden zowel bij een taxi- of een rolstoeltaxikostenvergoeding die op declaratiebasis worden verstrekt als bij een aanpassing van een eigen auto.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Verschillende manieren om voorzieningen te verstrekken
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008