Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008

De artikelen 1.2 en 1.4 van de verordening zijn een uitwerking van artikel 6 Wmo. In de parlementaire behandeling van de Wmo is aangegeven dat uitzonderingen mogelijk zijn. Met name bij personen waarvan verwacht kan worden dat zij niet met het beschikbare geld kunnen omgaan.In een Algemeen Overleg over een aan de Wmo verwante zaak, het bovenregionale vervoer Valys, heeft de Tweede Kamer op 29 maart 2006 uitgesproken dat deze regel niet bedoeld is om goed draaiende systemen, zoals bijvoorbeeld collectief vervoerssystemen, in gevaar te brengen. Een andere reden om geen persoonsgebonden budget te verstrekken, of het bedrag qua hoogte aan te passen, kan zich voordoen in de situatie dat de aanvrager in aanmerking wordt gebracht voor een woon-, vervoers-, of rolstoelvoorziening en in het gemeentelijk depot een voorziening (in natura) staat waarmee de aanvrager in voldoende mate gecompenseerd wordt. In dat geval zal een PGB niet aan de orde zijn. Ook wordt geen PGB toegekend in de situatie dat hulp bij het huishouden naar verwachting niet meer dan 3 tot 6 maanden duurt (kostenbaten-analyse). Hiermee wordt aangesloten bij de regels die gehanteerd worden in het kader van de AWBZ. In hoofdstuk 3, paragraaf 2 van de verordening zijn de verplichtingen opgenomen die van toepassing zijn op het persoonsgebonden budget. Als uitwerking hiervan geldt het volgende:Ten eerste: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen. Het betekent dat bij algemene voorzieningen geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt. Dat vloeit ook voort uit de aard van de algemene voorzieningen: oplossingen die van korte duur zijn, lichte, niet complexe zorg betreffen of betrekking hebben op incidentele zorgbehoeften. Om deze voorzieningen snel te realiseren worden geen eigen bijdragen gevraagd.Daarbij is er een alternatieve mogelijkheid: indien de aanvrager van mening is dat de algemene voorziening geen adequate oplossing is of een persoonsgebonden budget verstrekt moet worden, kan een aanvraag ingediend worden. Of, als al een aanvraag ingediend is, kan deze volgens de reguliere regels van de Algemene wet bestuursrecht worden afgehandeld.De regels voor algemene voorzieningen zijn de volgende: · Het gaat om een voorziening die in tijd een korte duur heeft; · Het gaat om een voorziening die betrekking heeft op lichte, niet complexe zorg; · Of het gaat om een voorziening ten behoeve van een incidentele zorgbehoefte.

Rechtspraak bij dit artikel