De omvang van het persoonsgebonden budget zal bepaald moeten worden. Hierbij zijn twee mogelijkheden te onderscheiden.Enerzijds het persoonsgebonden budget voor diensten, afkomstig uit de AWBZ, dat in de Wmo per 1 januari 2007 alleen maar betrekking heeft op hulp bij het huishouden. Anderzijds het persoonsgebonden budget voor voorzieningen afkomstig uit de Wvg, zoals hulpmiddelen als woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen.Bij diensten (zorg afkomstig uit de AWBZ) gaat het om de betaling van tijd aan dienstverleners. De AWBZ kende al een dergelijk systeem van persoonsgebonden budgetten, die werden vastgesteld op 75% van de tarieven van de thuiszorg. Vanuit die tarieven werd het tarief voor de diverse functies bepaald. Voor de functie huishoudelijke verzorging was hierbij sprake van de volgende tarieven:Klasse 1: € 884,- per jaarKlasse 2: € 2.654,- per jaarKlasse 3 € 4.866,- per jaarKlasse 4 € 7.520,- per jaarKlasse 5 € 10.175,- per jaarKlasse 6 € 12.828,- per jaar.De contracten die met de nieuwe aanbieders worden afgesloten, zullen de hoogte van het PGB gaan bepalen (was 75% van de gemiddelde kostprijs en wordt met ingang van 1 januari 2009 90%).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Omvang van het persoonsgebonden budget bij hulp bij het huishouden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf 2008