De raad stelt aan de hand van het bepaalde in deze verordening
en gelet op het advies van de commissie als bedoeld in artikel
25 tenminste acht weken voor het te houden referendum de datum,
de formulering van de vraagstelling en de antwoordcategorieën
van het te houden referendum vast.
De vraagstelling bij een referendum gaat vergezeld van:
een toelichting op de aard en inhoud van het onderwerp
van het referendum;
een analyse van de achtergronden van het onderwerp van
het referendum;
een beschrijving van de gevolgen, de financiële
daaronder begrepen, van een positief antwoord en van een
negatief antwoord op de vraagstelling, dan wel van een
keuze voor een bepaalde optie;
een overzicht van de argumenten voor en tegen van de in
de vraagstelling opgenomen keuzemogelijkheden.
De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart.
Aan de kiezer worden in de vraagstelling twee alternatieven
voorgelegd.