De raad stelt op grond van het bepaalde in artikel 27, eerste
lid, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien
verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan
uiterlijk vier maanden na de dag waarop de raad een beslissing
heeft genomen tot het houden van een referendum op basis van
artikel 15, vierde lid, respectievelijk het college een
beslissing heeft genomen tot het houden van een referendum op
basis van artikel 7, eerste lid. De raad kan besluiten deze
termijn te verlengen met maximaal drie maanden indien binnen
deze periode algemene verkiezingen worden gehouden.
Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.
De raad kan bepalen op welke wijze gestemd wordt.
Uiterlijk zes weken voor de datum waarop het referendum wordt
gehouden, worden alle relevante stukken ter inzage gelegd op een
aantal door het college te bepalen plaatsen.