Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 28:

Procedure

Onderdeel van Referendumverordening 2006

De raad stelt op grond van het bepaalde in artikel 27, eerste lid, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk vier maanden na de dag waarop de raad een beslissing heeft genomen tot het houden van een referendum op basis van artikel 15, vierde lid, respectievelijk het college een beslissing heeft genomen tot het houden van een referendum op basis van artikel 7, eerste lid. De raad kan besluiten deze termijn te verlengen met maximaal drie maanden indien binnen deze periode algemene verkiezingen worden gehouden. Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden. De raad kan bepalen op welke wijze gestemd wordt. Uiterlijk zes weken voor de datum waarop het referendum wordt gehouden, worden alle relevante stukken ter inzage gelegd op een aantal door het college te bepalen plaatsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel