De verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget vindt door de belanghebbende aan het college plaats.
Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt op verzoek van het college en volgens de voorschriften opgenomen in de beschikking, door de belanghebbende in ieder geval het volgende verstrekt:
de factuur en een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening;
een overzicht van de ingekochte uren hulp bij het huishouden, de facturen en de (arbeids)overeenkomst.
Voor het persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor een bouwkundige of woontechnische woningaanpassing of voor een uitraasruimte of voor een woonunit gelden de volgende bepalingen:
Na voltooiing van de werkzaamheden maar uiterlijk 12 maanden na het verlenen van het persoonsgebonden budget zorgt de belanghebbende voor de gereedmelding aan het college.
Bij de gereedmelding verklaart de belanghebbende dat is voldaan aan de voorwaarden die aan het persoonsgebonden budget verbonden zijn en wordt de besteding verantwoord.
De gereedmelding is een verzoek tot definitieve vaststelling van het persoonsgebonden budget.
Voor het persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor hulp bij het huishouden geldt dat belanghebbende, op verzoek van het college op basis van een jaarlijkse steekproef, volledige verantwoording aflegt over de besteding van het toegekende persoonsgebonden budget.
Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt bruto vastgesteld en in vierwekelijkse termijnen aan de belanghebbende uitbetaald.
Het persoonsgebonden budget voor de woonvoorziening, vervoersvoorziening en rolstoelvoorziening wordt aan de belanghebbende uitbetaald op basis van de door het college goedgekeurde definitieve nota.
Hoofdstuk 3 Bijzondere regels over de financiële tegemoetkoming
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Regels omtrent verantwoording en uitbetaling
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2011