1. 1. Indien geen van de leden bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
  2. 2. Indien een lid bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt mondeling gestemd.
  3. 3. De wethouders brengen daarbij hun stem uit in volgorde waarin zij als plaatsvervanger van de burgemeester optreden. De voorzitter stemt het laatst.
  4. 4. Indien bij een stemming de stemmen staken wordt opnieuw gestemd.
  5. 5. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde onderwerp, dan beslist de stem van de voorzitter.
  6. 6. De leden stemmen met de woorden "voor" of "tegen”, zonder enige bijvoeging.