1. 1. Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 12 onderdeel a vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien als gevolg van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische problemen en psychosociale problemen, beperkingen worden ondervonden bij het normale gebruik van de woning en de algemene woonvoorziening dit adequaat kan oplossen.
  2. 2. Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 12 onderdeel b vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien:a. als gevolg van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische problemen en psychosociale problemen, beperkingen worden ondervonden bij het normale gebruik van de woning, en;b. de in artikel 12 onderdeel a genoemde voorziening de ondervonden beperkingen niet adequaat kan oplossen of niet beschikbaar is.
  3. 3. Een persoon met beperkingen kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 12 onderdeel c en d in aanmerking worden gebracht indien:a. als gevolg van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische problemen en psychosociale problemen. beperkingen worden ondervonden bij het normale gebruik van de woning, en;b. de in artikel 12 onderdeel a genoemde voorziening de ondervonden beperkingen niet adequaat kan oplossen of niet beschikbaar is, en;c. de in artikel 12 onderdeel b genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is.
  4. 4. Een persoon met beperkingen kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 12 onderdeel e in aanmerking worden gebracht indien:a. sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische problemen en psychosociale problemen, aanwezige gedragsstoornis die leidt tot ernstig ontremd gedrag en waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen, en; b. de in artikel 12 onderdeel a genoemde voorziening de ondervonden beperkingen niet adequaat kan oplossen, en;c. de in artikel 12 onderdeel b genoemde voorziening is niet mogelijk of is niet de goedkoopst adequate voorziening is.