1. 1. Een collectieve vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 25 onderdeel b wordt in natura verstrekt.
  2. 2. De voorzieningen genoemd in artikel 25 onderdeel c, d, i, en j worden in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekt.
  3. 3. De voorzieningen genoemd in artikel 25 onderdeel e, f, g en h worden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt.
  4. 4. De voorziening genoemd in artikel 25 onderdeel k wordt in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekt, tenzij de kosten van deze voorziening reeds bij de verstrekking van een voorziening als bedoeld in artikel 25 onderdeel e, f, g en h, zijn inbegrepen.
  5. 5. De hoogte van de te verstrekken financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget is vastgelegd in het Besluit.