1. 1. De persoon met beperkingen is voor hulp bij het huishouden en woonvoorzieningen een eigen bijdrage dan wel een eigen aandeel verschuldigd.
  2. 2. De hoogte van de eigen bijdrage of het eigen aandeel wordt, met inachtneming van de maximumbedragen van artikel 4.1 lid 1 Besluit maatschappelijke ondersteuning, vastgesteld conform de volgende systematiek, waarbij de hoogte van de eigen bijdrage of het eigen aandeel niet meer bedraagt dan de kostprijs van de voorziening:a. Het bedrag dat ongehuwde personen jonger dan 65 jaar dienen te betalen, bedraagt € 17,20 per vier weken bij een inkomen tot € 21.703,-. Indien het inkomen meer bedraagt, wordt het bedrag van € 17,20 verhoogd met 1/13 deel van 15% van het verschil tussen het inkomen en € 21.703,-.b. Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar of ouder dienen te betalen, bedraagt € 17,20 per vier weken bij een inkomen tot € 14.812,-. Indien het inkomen meer bedraagt, wordt het bedrag van € 17,20 verhoogd met 1/13 deel van 15% van het verschil tussen het inkomen en € 14.812,-.c. Het bedrag dat gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan 65 jaar of beiden jonger zijn dan 65 jaar, dienen te betalen bedraagt € 24,60 per vier weken bij een gezamenlijk inkomen van € 26.535,-. Indien het gezamenlijke inkomen meer bedraagt, wordt het bedrag van € 24,60 verhoogd met 1/13 deel van 15% van het verschil tussen het gezamenlijke inkomen en € 26.535,-.d. Het bedrag dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn dienen te betalen bedraagt € 24,60 per vier weken bij een gezamenlijk inkomen van € 20.431,-. Indien het gezamenlijke inkomen meer bedraagt, wordt het bedrag van € 24,60 verhoogd met 1/13 deel van 15% van het verschil tussen het gezamenlijk inkomen en € 20.431,-.