1. De raad stelt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting een budget voor de rekenkamercommissie beschikbaar.
2. De rekenkamercommissie is bevoegd binnen het aan haar bij de begroting beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
3. Ten laste van het in voorgaand lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:
a. de vergoedingen aan de voorzitter en de leden;
b. externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;
c. eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.
4. De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.