1. De commissie stelt een onderzoeksplan (jaarprogramma) vast voor het komende jaar, waarin de te onderzoeken onderwerpen zijn opgenomen. Ter voorbereiding hierop vraagt de rekenkamercommissie aan de raad i.c. de raadscommissie ABZ, in de maand november voorafgaande aan het betreffende jaar, om suggesties voor onderzoeksonderwerpen. Het ontwerp-jaarprogramma wordt vervolgens aan de raad om advies voorgelegd.
2. De commissie bepaalt de onderzoeksonderwerpen, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.
3. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.
4. De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor de gronden aanvoeren.