3.1. De Wmo-adviesraad heeft als taak het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over het brede Wmo beleid (civil society, samenhang en regie op de verschillende prestatievelden) alsmede ontwikkelingen te signaleren over alle zaken die van belang zijn voor burgers in het algemeen, cliënten en kwetsbare burgers in het bijzonder, zoals beschreven in de Wmo.

3.2.. Advisering met betrekking tot gemeentelijk personeel- en organisatiebeleid in het kader van de Wmo en over klachten en bezwaarschriften en andere zaken die betrekking hebben op individuele cliënten, behoren niet tot het werkterrein van de Wmo-adviesraad;

3.3.. De Wmo-adviesraad wordt in ieder geval advies gevraagd over:

-

  • - het vierjaren Wmo-beleidsplan;
  • - de uit het beleidsplan voortvloeiende beleidsstukken;
  • - de opzet van en hoe te handelen met de uitkomsten van het jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek;
  • - de tussentijdse evaluaties op de negen verschillende prestatievelden.

3.4. De Wmo-adviesraad vergadert minstens zes keer per jaar en bespreekt een advies tenminste éénmaal in de eigen vergadering;

3.5. De vergaderingen en de adviezen van de Wmo-adviesraad zijn openbaar;

3.6. De Wmo-adviesraad kan derden uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting en/of advies;

3.7. De negen aandachtsgebieden van de Wmo als bedoeld in artikel 3.3 lid sub d. zijn:

  • - het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten;
  • - op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden;
  • - het geven van informatie en advies en cliëntenondersteuning;
  • - het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers;
  • - het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met beperkingen of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem;
  • - het verlenen van voorzieningen mensen met een beperking gericht of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk verkeer;
  • - het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang;
  • - het bevorderen van de openbare geestelijke gezondheid, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen;
  • - het bevorderen van verslavingsbeleid.