5.1. De Wmo-adviesraad bestaat uit een evenredige vertegenwoordiging van de verschillende vertegenwoordigers die onder de aandachtsgebieden (art 1) van de Wmo vallen, of plaatsvervangers daarvan;

5.2. De Wmo-adviesraad heeft een onafhankelijke voorzitter, die:

  • - geen lid is van de Wmo-adviesraad;
  • - geen stemrecht heeft;
  • - geen raadslid of burgercommissielid is;
  • - geen lid is van een andere door het college ingestelde advies- en / of bestuurscommissie;
  • - niet beroepsmatig werkzaam is voor plaatselijke instellingen/organisaties met of zonder winstoogmerk op het terrein van de Wmo;
  • - geen bezoldigde of onbezoldigde arbeidsrelatie heeft met de gemeente;
  • - geworven wordt via het plaatsen van een advertentie. Uit de gegadigden kiezen de leden van de Wmo-adviesraad de voorzitter.

5.3. Het college benoemt op voordracht de leden en de voorzitter van de Wmo-adviesraad voor de periode van vier jaar, behalve in de eerste zittingsperiode. Het aftreden en benoemen van nieuwe leden wordt geregeld in het huishoudelijk reglement.

5.4. De Wmo-adviesraad wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. (stemrecht wordt geregeld in het huishoudelijk reglement).

5.5. De leden van de Wmo-adviesraad en de onafhankelijke voorzitter zijn éénmaal herbenoembaar; een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk vervuld.

5.6. Bij de vervulling van een tussentijdse vacature volgt de opvolger het aftreedschema van zijn / haar voorganger op.

5.7. Daar waar groepen burgers niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn wordt gezocht naar andere vormen van vertegenwoordiging of raadpleging.

5.8. Het lidmaatschap van de Wmo-adviesraad is niet verenigbaar met:

  • - het lidmaatschap van de gemeenteraad en zijn commissies;
  • - het lidmaatschap van een andere door het college ingestelde advies- en / of bestuurscommissie;
  • - het beroepsmatig werkzaam zijn voor plaatselijke instellingen/organisaties met winstoogmerk op het terrein van de Wmo;
  • - een bezoldigde of onbezoldigde arbeidsrelatie met de gemeente.

5.9. Het lidmaatschap eindigt:

  • - wanneer een zittend lid op jaarbasis meer dan de helft van het aantal bijeenkomsten verzuimt;
  • - bij overlijden;
  • - bij disfunctioneren;
  • - na twee termijnen.

5.10. Het college kan leden uit de Wmo-adviesraad ontslaan op basis van een gemotiveerd ingediend verzoek van de Wmo-adviesraad;

5.11. De leden van de Wmo-adviesraad hebben zitting op persoonlijke titel, zij adviseren zonder last of ruggespraak. De leden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het integraal adviseren op alle negen aandachtsgebieden van de Wmo.