Naar hoofdinhoud
8.1. Een bestuurder die het voornemen heeft een buitenlandse dienstreis te maken, heeft toestemming nodig van het presidium dan wel van het college van burgemeester en wethouders. Bij het presidium wordt de buitenlandse reis van de burgemeester en de leden van de raad gemeld. Het besluit wordt opgenomen in het verslag. In het college van burgemeester en wethouders wordt de buitenlandse reis van de wethouders gemeld. Het besluit wordt opgenomen in de besluitenlijst. 8.2. Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten. 8.3. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het presidium dan wel het college en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijke belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 8.4. Het ten laste van de gemeente meereizen van één of meerdere ambtenaren is uitsluitend toegestaan wanneer daarmee het belang van de gemeente gediend is. Het meereizen van één of meerdere ambtenaren wordt bij de besluitvorming betrokken. 8.5. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken. 8.6. Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming betrokken. 8.7. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de bestuurder. 8.8. De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden geacht.

Rechtspraak bij dit artikel