**1.** Ontheffing van het verbod kan alleen worden verleend voor ligplaatsen waarvoor op de datum van bekendmaking van deze verordening al een ontheffing geldt krachtens de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996 en voor ligplaatsen die als zodanig in een bestemmingsplan zijn aangewezen.
**2.** Gedeputeerde Staten kunnen ligplaatsen aanwijzen waarvoor na afloop van een geldende ontheffing geen nieuwe ontheffing meer zal worden verleend of niet aan een andere ontheffinghouder of niet met betrekking tot een ander woonschip.
**3.** De houder van een ontheffing kan Gedeputeerde Staten verzoeken haar op naam van een ander of met betrekking tot een ander woonschip te stellen.
**4.** Ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 13, wordt verleend gehoord Burgemeester en Wethouders van de betrokken gemeente en het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of een andere beheerder van het water, behalve als het om eigendomsoverdracht of verlengingsaanvragen gaat.
**5.** Bij een ontheffing gelden in elk geval de volgende voorschriften, tenzij één of meer van deze voorschriften in de Provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Utrecht worden opgenomen:
lengte, breedte en hoogte van het woonschip zijn respectievelijk ten hoogste 18 meter, 6 meter en 3.50 meter;
bij een dak, niet zijnde een plat dak, is de nokhoogte ten hoogste 4 meter zijn, mits de goothoogte rondom ten hoogste 3.50 meter is en het dak in de lengterichting slechts één knik bevat;
de afstand tussen twee woonschepen is ten minste 5 meter;
bij een woonschip van historische waarde is de lengte ten hoogste 30 meter;
een aanlegplaats bij een ligplaats van een woonschip in de uiterwaard heeft geen voorzieningen op de oever en het woonschip heeft het uiterlijk van een varend voormalig binnenvaartschip met historische waarde.
**6.** De maten worden vastgesteld waar zij het grootst zijn, dus inclusief al hetgeen onder of boven water vast verbonden is met het woonschip. De hoogte wordt gemeten vanaf de waterlijn.
**7.** Bij de vaststelling van de maten kunnen buiten beschouwing blijven:
masten, lichtkoepels, schoorstenen, antennes en andere ondergeschikte onderdelen;
dakoverstekken tot 30 cm vanuit de gevel;
loopranden tot 80 cm voor zover de betreffende zijden van het woonschip niet op andere wijze bereikbaar zijn.
**8.** Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de in het vijfde lid gestelde voorschriften.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 15