**1.** Indien ontheffing is verleend voor een grotere maat dan in artikel 15, vijfde lid, bepaald, vervalt die afwijking bij wijziging of vervanging van het woonschip.
**2.** Woonschepen die sinds 1 januari 1989 ononderbroken eenzelfde ligplaats hebben ingenomen en vanaf die datum voortdurend in gebruik waren als hoofdverblijf en die nu in strijd zijn met artikel 13, eerste lid, worden daar gedoogd.
**3.** Met betrekking tot woonschepen die na 1 januari 1989 ononderbroken eenzelfde ligplaats hebben ingenomen en vanaf die datum voortdurend in gebruik waren als hoofdverblijf en die nu in strijd zijn met artikel 13, eerste lid, is bij de toepassing van bestuursdwang de begunstigingstermijn als volgt: 1989 - 1997 : drie jaar;
1998 – 2002 : achttien maanden;
2003 : drie maanden;
2004 - heden : de kortste redelijke termijn.
**4.** Een gedoogbeschikking kan worden ingetrokken en een begunstigingstermijn kan worden verkort indien voor het betreffende woonschip een (wissel)ligplaats beschikbaar komt in overeenstemming met de verordening.
**5.** Indien een aanlegplaats nu aanwezig is in strijd met artikel 13, tweede lid, en indien daarbij een woonschip ligplaats heeft op grond van het tweede lid van dit artikel, wordt voor de aanlegplaats dezelfde gedoog- of begunstigingstermijn vastgesteld als voor het woonschip. Bedoelde besluiten worden op hetzelfde moment bekend gemaakt.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 16