**1.** Gedeputeerde Staten kunnen, tenzij in artikel 34 anders is bepaald, ontheffing verlenen van de in deze verordening gestelde verboden en van de verplichtingen als bedoeld in artikel 29.
**2.** Ontheffingen krachtens deze verordening worden verleend indien als gevolg van wat daarbij wordt toegestaan natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische waarden niet onaanvaardbaar worden geschaad.
**3.** Gedeputeerde Staten kunnen aan een ontheffing voorschriften, voorschriften ter compensatie en beperkingen verbinden.
**4.** Een ontheffing geldt voor ten hoogste tien jaar.
**5.** Voor de aanvragen kunnen Gedeputeerde Staten een formulier voorschrijven.
**6.** Op een aanvraag wordt binnen dertien weken beslist. Gedeputeerde Staten kunnen de beslissing eenmaal met ten hoogste dertien weken verdagen.
**7.** Een ontheffing kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:
bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt en de ontheffing op basis van de juiste gegevens anders of niet zou zijn verleend;
de voorschriften of beperkingen onvoldoende of niet worden nageleefd of veranderingen worden aangebracht ten opzichte van de gegevens op basis waarvan de ontheffing is verleend;
de ontheffing gedurende een jaar niet is gebruikt; of
gewijzigde inzichten of omstandigheden dat vergen.
Hoofdstuk
Artikel 33