Naar hoofdinhoud
1. De resterende geldigheidsduur van ontheffingen van het verbod van artikel 2 van de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996 geldt als overgangstermijn. Daarna zijn deze borden, vlaggen of spandoeken in strijd met artikel 3 aanwezig, voor zover niet wordt voldaan aan één van de in artikel 4 genoemde vrijstellingen. 2. Voor objecten, vlaggen en spandoeken zonder opschriften, afbeeldingen en aankondigingen als bedoeld in artikel 2, die op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit aanwezig zijn in overeenstemming met de wettelijke voorschriften, geldt het in artikel 3 gestelde verbod niet gedurende dertien weken na dat moment. Daarna zijn deze objecten, vlaggen en spandoeken in strijd met dat artikel aanwezig, voor zover niet wordt voldaan aan één van de in artikel 4 genoemde vrijstellingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel