Indien binnen het grondgebied van de gemeente Stede Broec
inventariserend veld onderzoek en/of definitief opgravend
onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van
opgravingen in de zin van artikel 1, sub h van de Monumentenwet
1988, dient, onverminderd de bepalingen van deze wet:
het college een programma van eisen vast te stellen, als
bedoeld in artikel 1, onder m van deze verordening,
waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het
onderzoek;
de verstoorder, voorafgaand aan het onderzoek, een plan
van aanpak als bedoeld in artikel 1, onder n van deze
verordening ter goedkeuring aan het college te
overleggen.
In de nadere regels neemt het college bepalingen op met
betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het
plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van
het college in acht te worden genomen.
Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak voldoet aan het
programma van eisen en eventuele nader gestelde regels, vraagt
het college advies aan een deskundige, zoals omschreven in de
Wet op de Archeologische Monumentenzorg.
Hoofdstuk 5:
Artikel 17:
Opgravingen en begeleiding
Onderdeel van Erfgoedverordening Stede Broec 2011