Aan de eigenaar van een gemeentelijk monument of beeldbepalend of
karakteristiek pand kan een subsidie worden verleend als tegemoetkoming
in de kosten die noodzakelijk zijn voor onderhoud, restauratie of
cosmetica-onderhoud, ter instandhouding van het monument, beeldbepalend
of karakteristiek pand.
Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tussen 1 januari en 31
december van een kalenderjaar en worden op volgorde van binnenkomst
behandeld en verleend voorzover het subsidieplafond strekt.
De bepalingen in deze verordening gelden zowel voor de eigenaar aan wie
subsidie wordt verleend als voor iedere opvolgende eigenaar van het
gemeentelijke monument of beeldbepalend of karakteristiek pand.
De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het
prijsindexcijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De subsidie wordt berekend op basis van de subsidiabele kosten, met
uitzondering van:
kosten waarvoor op grond van enige andere regeling in het kader van de
monumentenzorg subsidie kan worden verleend. Indien op grond van enige
andere regeling een subsidie kan worden verleend tot een lager bedrag dan
de maximale gemeentelijke subsidie, dan wordt dit lagere bedrag op de
gemeentelijke subsidie in mindering gebracht;
kosten die op grond van een verzekering worden gedekt.
Indien de onderhouds- en/of restauratie- of cosmeticawerkzaamheden
geheel of gedeeltelijk worden verricht door de eigenaar, anders dan in de
uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van derden zonder dat
bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf, dan komen de
kosten van zelfwerkzaamheid van de eigenaar en genoemde derden
(“loonkosten”) niet in aanmerking voor subsidie en worden slechts de
materiaal- en materieelkosten als subsidiabele kosten aangemerkt.
Indien rekeningen en bewijzen van betaling betrekking hebben op kosten
van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, dan dient tevens een
verklaring van een registeraccountant of van een
accountant-administratieconsulent te worden overgelegd, waaruit blijkt
hoeveel uren door dat personeel is besteed aan subsidiabele
werkzaamheden.
Het college kan besluiten aanvullende subsidie te verlenen voor
onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk, dat zich openbaart ten tijde van
de uitvoering van de werkzaamheden en dat de subsidiabele post onvoorzien
(maximaal 5% van de aanneemsom) overstijgt. Een subsidieaanvraag voor
onvermijdelijk meerwerk moet worden onderbouwd met een gespecificeerde
kostenbegroting. De subsidiabele kosten met inbegrip van het onvoorziene
meerwerk mogen de in artikel 4 (onderhoudssubsidie) en artikel 5
(restauratiesubsidie) en artikel 7 (cosmetica-subsidie) genoemde maxima
niet te boven gaan. Indien het subsidieplafond al bereikt is in het
betreffende kalenderjaar, dan wordt de aanvraag voor aanvullende
subsidie, berekend over het onvermijdelijke meerwerk, overgeheveld naar
het eerstvolgende kalenderjaar en op volgorde van binnenkomst behandeld
en verleend, voorzover het subsidieplafond strekt en voorzover het totale
subsidiebedrag inclusief de aanvullende subsidie de genoemde maxima niet
te boven gaat.
Voorzover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die
nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud worden gemaakt
dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Het
voorbehoud vervalt, indien daarop niet binnen 4 weken na vaststelling of
goedkeuring van de gemeentebegroting een beroep is gedaan.
Hoofdstuk 1:
Artikel 2:
Grondslag en werkingssfeer
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en beeldbepalende en karakteristieke panden Stede Broec 2011