**1.** Indien de belanghebbende naar het oordeel van het college blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of de artikelen 28, tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, dan wel de Wet inburgering, voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk is nagekomen, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
**2.** De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of indien het college daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3.** Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Borsele 2009