Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

De berekeningsgrondslag en de ingangsdatum

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Borsele 2009

1. De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm, zoals bedoeld in artikel 1 sub e van deze verordening. In afwijking daarvan kan de maatregel ook op de bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag worden toegepast indien: aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de wet, of; de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand of langdurigheidstoeslag, daartoe aanleiding geeft. 2. De maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt bij voorkeur opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm 3. In afwijking van het tweede lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand nog niet is uitbetaald, dan wel onder toepassing van een herzienings- of terugvorderingsbesluit, vanaf de kalendermaand volgend op de datum van de verwijtbare gedraging. 4. Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd, heroverwogen; 5. Indien de maatregel niet (of slechts gedeeltelijk) kan worden toegepast doordat de beëindiging van de bijstand de effectuering van de maatregel geheel of gedeeltelijk in de weg staat, kan toepassing van de (resterende) maatregel plaatsvinden indien het recht op bijstand binnen een half jaar na de beëindigingsdatum weer ontstaat;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel