Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Draagkrachtruimte

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Borsele 2010

1. Bijzondere bijstand wordt verstrekt onder aftrek van de draagkracht in overeenstemming met de in de bepalingen van hoofdstuk 2; 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op categoriale bijzondere bijstand; 3. Geen draagkracht hebben belanghebbenden die een netto maandinkomen hebben tot 100% van de voor hen geldende bijstandsnorm of inkomensvoorziening WIJ, inclusief vakantiegeld en die geen vermogen hebben boven de voor hen in artikel 34, derde lid, van de WWB genoemde vermogensgrens. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid geldt voor medische en sociale medische kosten een inkomensgrens van 120% van de geldende bijstandsnorm of inkomensvoorziening WIJ, inclusief vakantiegeld; 5. Indien de belanghebbende een hoger inkomen heeft dan de in het 2e en 3e lid genoemde inkomensgrenzen wordt de draagkracht als volgt vastgesteld: 6. Het draagkrachtjaar begint op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend en eindigt precies één jaar later; 7. Bij elke volgende aanvraag binnen het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met het vastgestelde jaardraagkracht; de vastgestelde ruimte blijft dus gelden. Alleen bij een ingrijpende wijziging (individueel te beoordelen) kan de eenmaal vastgestelde draagkracht tijdens deze periode aangepast worden; 8. Als bij een aanvraag blijkt dat er vóór de aanvraagdatum noodzakelijke kosten zijn gemaakt, dan wordt het draagkrachtjaar vastgesteld vanaf het moment dat deze kosten zich voor het eerst hebben voorgedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel