Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Inkomen en vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Borsele 2010

1. Het in aanmerking te nemen inkomen wordt bepaald aan de hand van het inkomen op het moment van de aanvraag. Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaande aan de maand van aanvraag bepalend. 2. Van het in aanmerking te nemen inkomen worden de middelen bedoeld in artikel 31 lid 2 WWB en artikel 33 lid 5 WWB niet tot het draagkrachtinkomen van belanghebbende gerekend. De middelen als bedoeld in genoemde artikelen worden dus ook voor de bijzondere bijstand vrijgelaten. Het inkomen wordt dus op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand. 3. Inkomsten uit arbeid van inwonende kinderen (artikel 31 lid 2 onderdeel h WWB) worden niet vrijgelaten, indien het bijzondere bijstand betreft voor het minderjarige kind zelf. Betreft het bijzondere bijstand voor een ander kind, dan worden de inkomsten van het kind wel vrijgelaten. 4. De langdurigheidstoeslag wordt niet als inkomen aangemerkt. 5. Van het in aanmerking te nemen vermogen worden de middelen bedoeld in artikel 34 lid 2 WWB niet tot het draagkrachtvermogen van belanghebbende gerekend. Het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij de algemene bijstand. Hierbij geldt een extra vermogensvrijlating van € 5.000,- per persoon voor 65 plussers die geen uitvaartverzekering hebben en middelen voor hun uitvaart hebben gereserveerd op een aparte rekening waarvan geen opnames kunnen worden gedaan; 6. Het opgebouwde spaargeld gedurende de bijstand (artikel 34 lid 2 sub c WWB )wordt wél volledig tot de draagkracht gerekend voor zover dit meer bedraagt dan de vermogensvrijlating (grens als bedoeld in artikel 34 lid 3 WWB) 7. Vervoersmiddelen die ouder zijn dan 8 jaar en niet meer voorkomen in de ANWB koerslijst worden niet meegerekend voor het vermogen. Als de waarde van de vervoersmiddelen meer bedraagt dan € 5.000,00 wordt alleen het deel boven dit bedrag als vermogen aangemerkt. Van deze uitgangspunten wordt afgeweken indien er aantoonbare verschillen zijn tussen het goed en de uitgangspunten van de koerslijsten, bijvoorbeeld enerzijds een schade auto en anderzijds een oldtimer 8. Aan de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf verleent het college, rekening houdend met artikel 50 van de WWB, de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening, als de bijzondere bijstand over de periode van één jaar naar verwachting meer bedraagt dan het netto minimumloon over één maand, ( 1 x de netto bijstandsnorm inclusief vakantiegeld voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 sub c WWB) Zie hiervoor ook de Nota Krediethypotheek en Pandrecht gemeente Borsele.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel