**1.** Een toeslag wordt verleend, als het laatste in de gezinsbijstand begrepen kind niet meer ten laste van de alleenstaande ouder komt, waardoor op deze ouder het normbedrag voor een alleenstaande van toepassing.
**2.** De toeslag wordt vastgesteld op het verschil tussen de som van de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder inclusief vakantiegeld vermeerderd met de kinderbijslag en de bijstandsnorm voor een alleenstaande inclusief vakantiegeld vermeerderd met het inkomen van het kind. Bij de berekening wordt eveneens rekening gehouden met de toepasselijke heffingskortingen
**3.** De toeslag wordt verleend voor maximaal twaalf maanden onder de voorwaarde dat het kind tot het huishouden van de ouder blijft behoren en het gezamenlijke inkomen minder bedraagt dan de norm voor een alleenstaande ouder vermeerderd met de kinderbijslag;
**4.** De toeslag wordt als volgt afgebouwd:
1e 3 maanden 100%
2e 3 maanden 75%
3e 3 maanden 50%
4e 3 maanden 25%
**5.** Voor de bepaling van de inkomsten van het kind wordt het bedrag van inkomsten op grond van de Wet op de Studiefinanciering vastgesteld in overeenstemming met artikel 33 van de WWB.
Hoofdstuk 3
Artikel 14
Toeslag voormalige alleenstaande ouder
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Borsele 2010