Lid 1
De verhuiskostenvergoeding bestaat voor betrokkene die op de datum van
verplaatsing of indiensttreding een eigen huishouding voert, uit:
een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van
betrokkene en zijn gezinsleden, zomede van inwonend
dienstpersoneel naar de nieuwe woning, welk bedrag kan worden
vermeerderd met een bedrag voor de reiskosten en zonodig voor
overnachtingskosten, welke betrokkene en eventueel zijn
echtgeno(o)t(e), ieder voor ten hoogste één reis, vooraf hebben
moeten maken ter bezichtiging van woonruimte;
een bedrag voor de kosten van vervoer van de bagage en van de
inboedel van betrokkene naar de nieuwe woning, waaronder
begrepen de kosten van het in- en uitpakken;
een bedrag voor eventuele opknapkosten aan de nieuwe woning
volgens het bepaalde in artikel 18:1:7:1;
een bedrag voor eventuele dubbele huishuur ter grootte van de
huursom verschuldigd voor de oude woning over de periode
waarover de huren voor de oude en de nieuwe woning samenvallen,
voor zover een en ander in het belang van de dienst is;
een bedrag voor alle andere uit de verhuizing voortvloeiende
kosten waarvan de hoogte wordt bepaald volgens de in lid 2
aangegeven berekening.
Lid 2
Het in lid 1, onder e, bedoelde bedrag is:
in geval van verplaatsing of indiensttreding, gelijk aan 12% van
de jaarbezoldiging van betrokkene op de dag waarop de nieuwe
woning kan worden betrokken, met dien verstande dat het bedrag
niet minder bedraagt dan 12% van het jaarbedrag van het maximum
van salarisschaal 6 en niet meer bedraagt dan 12% van het
jaarbedrag van het maximum van schaal 14, welke jaarbedragen
dienen te worden vermeerderd met het percentage van de
vakantietoelage.
in geval van een verplaatsing binnen drie jaren na een eerdere
verplaatsing of na een verhuizing als gevolg van
indiensttreding, dan wel een verplaatsing binnen drie jaren na
een eerste inrichting, gelijk aan 14% van de jaarbezoldiging van
betrokkene op de dag waarop de nieuwe woning kan worden
betrokken, met dien verstande dat het bedrag niet minder
bedraagt dan 14% van het jaarbedrag van het maximum van
salarisschaal 6 en niet meer bedraagt dan 14% van het jaarbedrag
van het maximum van schaal 14, welke jaarbedragen dienen te
worden vermeerderd met het percentage van de
vakantietoelage.
Lid 3
Aan de betrokkene die op de datum van verplaatsing of indiensttreding
geen eigen huishouding voert of wiens eigen huishouding niet naar de
nieuwe woning wordt overgebracht, wordt, behoudens het bepaalde in de
volgende volzin, in de regel geen andere vergoeding verleend dan die
bedoeld in lid 1, onder a, b en d. In bijzondere omstandigheden kan een
vergoeding in de kosten, bedoeld in lid 1, onder c en e, worden
verleend, met dien verstande dat deze vergoeding niet meer bedraagt dan
4% van de jaarbezoldiging van betrokkene op de dag waarop de nieuwe
woning kan worden betrokken.
Lid 4
Indien het een verplaatsing dan wel verhuizing betreft van een gezin
waarvan beide echtgenoten betrokkene zijn in de zin van deze verordening
en geen der echtgenoten een volledige betrekking vervult, wordt de
vergoeding zoals bedoeld in artikel 18:1:5:1, lid 1, sub e, afgestemd op
het bedrag van de jaarbezoldiging van ieder der echtgenoten
afzonderlijk, onder handhaving van het gestelde in de leden 2 en 3 voor
wat betreft het minimum- en maximumbedrag van de gezamenlijke
vergoeding. Het bovenstaande geldt met dien verstande dat wanneer het
totaal aantal arbeidsuren van deze betrekkingen meer dan 40 per week
bedraagt, de vergoeding, mits deze hoger is dan het minimumbedrag,
vermenigvuldigd wordt met een breuk waarvan de teller 40 is en de noemer
het totaal aantal uren van deze betrekkingen.