Lid 1
Voor een betrokkene die in een woonschip of woonwagen is gehuisvest en
zulks na zijn verplaatsing of indiensttreding voortzet, bestaat, in
afwijking van artikel 18:1:5:1, lid 1, de verhuiskostenvergoeding
uit:
een bedrag voor de noodzakelijk gemaakte reis- en zo nodig
overnachtingskosten voor het regelen van de nieuwe ligplaats van
het woonschip of de nieuwe standplaats van de woonwagen door
betrokkene voor ten hoogste één reis;
een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van de
betrokkene en zijn gezinsleden, zomede van inwonend
dienstpersoneel, naar de nieuwe ligplaats van het woonschip of
naar de nieuwe standplaats van de woonwagen en zo nodig voor
overnachtingskosten;
een bedrag voor de kosten verband houdende met het vervoer van
het woonschip of de woonwagen;
een bedrag voor de kosten van eventuele aansluiting op de
waterleiding, de gasleiding en het elektrische net en van
hernieuwde aansluiting op het telefoonnet;
een bedrag voor eventuele ombouwkosten van elektrische apparaten
en gastoestellen, voor zover deze kosten noodzakelijk zijn als
gevolg van een verschillend voltage, respectievelijk van een
verschillend soort gas in de oude en in de nieuwe lig- of
standplaats.
Lid 2
De verhuiskostenvergoeding, bedoeld in het vorige lid, zal niet te
boven gaan het bedrag aan transportkosten, bedoeld in artikel 18:1:5:1,
lid 1, onder b, voor het vervoer van een inboedel van 20 m3 van de oude
naar de nieuwe woonplaats, vermeerderd met 12% van de jaarbezoldiging
van betrokkene op de dag van aankomst van het woonschip of de woonwagen
in de nieuwe lig- of standplaats.