De deelname aan de spaarregeling eindigt door:
beëindiging van de dienstbetrekking, daaronder begrepen het overlijden van de deelnemer;
het opzeggen van de deelneming door de deelnemer.
Indien de deelneming eindigt door overlijden van de deelnemer kunnen de erfgenamen de spaarloonrekening ofwel aanhouden, waarbij het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 14 onverminderd van kracht blijft, ofwel opheffen, waarbij aan de erfgenamen door de werkgever machtiging mag worden verleend tot het opnemen van een evenredig deel van het spaarbedrag voor elke volle maand gedurende welke dit op de spaarloonrekening heeft uitgestaan. Het resterende bedrag wordt uitbetaald door de werkgever, onder inhouding van de verschuldigde belasting en premies. Dit bedrag vormt op het moment van uitbetaling loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de Wet op de Loonbelasting 1964.
Indien de deelneming eindigt door opzegging of door beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door overlijden, zal de deelnemer de spaarloonrekening aanhouden, waarbij het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 14 onverminderd van kracht blijft.