De omvang van het persoonsgebonden budget zal bepaald moeten worden. Hierbij dienen twee mogelijkheden te worden onderscheiden:
Enerzijds het persoonsgebonden budget voor diensten, afkomstig uit de AWBZ, dat in de Wmo per 1 januari 2007 alleen maar betrekking heeft op hulp bij het huishouden, anderzijds het persoonsgebonden budget voor voorzieningen afkomstig uit de Wvg, zoals hulpmiddelen als woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen.
Bij diensten gaat het om de betaling van tijd aan dienstverleners. Dit is zorg afkomstig uit de AWBZ. De AWBZ kende al een dergelijk systeem van persoonsgebonden budgetten. Daarbij werd het persoonsgebonden budget vastgesteld op 75% van de tarieven zoals die berekend werden in de thuiszorg. Vanuit die tarieven werd het tarief voor de diverse functies bepaald. Voor de functie huishoudelijke verzorging is hierbij sprake van de volgende tarieven:
Klasse 1: € 884,- per jaar
Klasse 2: € 2.654,- per jaar
Klasse 3 € 4.866,- per jaar
Klasse 4 € 7.520,- per jaar
Klasse 5 € 10.175,- per jaar
Klasse 6 € 12.828,- per jaar.
Diegenen die op basis van overgangsrecht op 31 december 2006 een indicatie hebben zullen ook in het jaar 2007 deze bedragen nog ontvangen zo lang als de indicatie duurt, doch maximaal tot en met 31 december 2007. Daarna vallen zij onder de gemeentelijke regels.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Omvang van het persoonsgebonden budget (overgangscliënten)
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2007