Naar hoofdinhoud

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2007

56 artikelen

Artikelen

  1. Art. 1.1Verschillende wijzen om voorzieningen te verstrekken.
  2. Art. 1.2Het persoonsgebonden budget.
  3. Art. 1.3Omvang van het persoonsgebonden budget (overgangscliënten)
  4. Art. 1.4Onderscheid HV-1 en HV-2
  5. Art. 1.5Persoonsgebonden budget voor overige cliënten met een indicatie voor de functie huishoudelijke hulp
  6. Art. 1.6Uitbetaling persoonsgebonden budget.
  7. Art. 1.7Controle van het persoonsgebonden budget
  8. Art. 1.8Eigen bijdrage
  9. Art. 1.9Beschikking bij verstrekking in natura
  10. Art. 2.1Uitsluitingen
  11. Art. 2.2Vormen van woonvoorzieningen
  12. Art. 2.2.1Algemene woonvoorzieningen.
  13. Art. 2.2.2Primaat verhuizing
  14. Art. 2.2.3Primaat losse woonunit
  15. Art. 2.2.4Overige (bouwkundige) voorzieningen
  16. Art. 2.3Beperkingen
  17. Art. 2.3.1Hoofdverblijf
  18. Art. 2.3.2Overige beperkingen woonvoorzieningen.
  19. Art. 2.4Overige woonvoorzieningen
  20. Art. 2.4.1Uitbreiding van ruimten
  21. Art. 2.4.2Bouwkundige en niet-bouwkundige voorzieningen.
  22. Art. 2.4.3Woningsanering in verband met CARA
  23. Art. 2.4.4De uitraasruimte
  24. Art. 2.5Procedure bij bouwkundige aanpassing.
  25. Art. 2.62.6 Voorwaarden voor verstrekking PGB en uitbetaling financiële tegemoetkoming.
  26. Art. 2.7Kosten van woningaanpassingen.
  27. Art. 2.8Opstalverzekering.
  28. Art. 3.1Inleiding
  29. Art. 3.2Mogelijke voorzieningen.
  30. Art. 3.2.1Algemene hulp bij het huishouden
  31. Art. 3.2.2Hulp bij het huishouden in natura of door middel van een persoonsgebonden budget
  32. Art. 3.3Gebruikelijke zorg en omvang hulp bij het huishouden
  33. Art. 3.4Voorliggende voorzieningen
  34. Art. 4.1Vormen van vervoersvoorziening
  35. Art. 4.1.1Algemene voorzieningen
  36. Art. 4.1.2Primaat collectief vervoer
  37. Art. 4.2Doel van het vervoer: in beginsel alleen sociaal vervoer in de eigen woon - of leefomgeving
  38. Art. 4.2.1Het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving
  39. Art. 4.2.2Vervoerin verband met werk
  40. Art. 4.2.3Vervoer in verband met vrijwilligerswerk
  41. Art. 4.2.4Vervoer in verband met therapie, dagbehandeling/dagopvang of bezoek aan medische behandelaars
  42. Art. 4.2.5Vervoer in verband met het volgen van onderwijs
  43. Art. 4.2.6Vervoer van kinderen door ouders met een beperking
  44. Art. 4.2.7Vervoer voor AWBZ-instellingsbewoners
  45. Art. 4.2.8Begeleiding bij het vervoer van AWBZ-bewoners
  46. Art. 4.2.9Weekendvervoer voor AWBZ-bewoners
  47. Art. 5.1Verplaatsen in en rond de woning
  48. Art. 5.2Vormen van rolstoelvoorzieningen
  49. Art. 5.2.1De algemene rolstoelvoorziening
  50. Art. 5.2.2Rolstoel in natura en pgb
  51. Art. 5.2.3Aanspraak op rolstoelvoorzieningen door AWBZ-bewoners
  52. Art. 6.1Aanleiding
  53. Art. 6.2Gebruik van artikel 32 uit de Verordening
  54. Art. 7.1Aanvraag
  55. Art. 7.2Onderzoek – doelgroep
  56. Art. 7.3Motivering van besluiten