Lid 1
De functionaris is verplicht de werkkleding in goede staat te houden.
Lid 2
Het gewone onderhoud, de kleine herstellingen en het schoonhouden van de werkkleding gebeurt door en voor rekening van de functionaris, met uitzondering van Arbo veiligheidskleding.
Lid 3
De grote herstellingen aan de werkkleding worden door en voor rekening van de organisatorische eenheid verricht, tenzij deze noodzakelijk zijn geworden als gevolg van het niet voldoende onderhouden of onachtzaamheden voor de kleding door de functionaris, in welk geval het bepaalde in het tweede lid van toepassing blijft.
Lid 4
De herstellingen aan schoeisel geschieden door en voor rekening van de functionaris.
Lid 5
Het hoofd van de organisatorische eenheid kan in overleg met de ondernemingsraad of onderdelencommissie in bijzondere gevallen bepalen dat de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden door de dienst en voor haar rekening worden verricht.