Lid 1
- - Voor personeel, werkzaam in de na te noemen functies geldt de plicht woonachtig te zijn in de standplaats:
Bij de dienst Burger en Bestuur:
- - bode/chauffeur/postverzorger.
Bij de dienst Sociale Zaken, Welzijn, Onderwijs en Werkgelegenheid:
- - monteur zwembad;
- - technisch onderhoudsmedewerker accommodaties;
- - ploegleider coördinator zwembad;
- - systeembeheerder;
- - hoofd interne zaken of beheerder V&D-gebouw.
- - Voor personeel, werkzaam in de na te noemen functies geldt de plicht te wonen binnen een reisafstand van maximaal 15 minuten van de werkplek:
Bij de dienst Milieu- en Stadsbeheer:
- - milieucontroleur;
- - sectiechef afdeling R.M.H.;
- - rayonchef groen en woonomgeving;
- - sectiechef begraafplaats;
- - sectiechef recreatieve voorzieningen;
- - voorman kinderboerderij.
Op de afdeling Algemeen Technische Service:
- - afdelingshoofd;
- - sectiechef;
- - timmerman;
- - schilder;
- - eerste monteur;
- - monteur;
- - assistent-monteur;
- - medewerker verkeersvoorzieningen;
- - chauffeur/algemeen assistent;
- - medewerker rioolaansluitingen;
- - straatmaker;
- - magazijnmeester.
Bij de dienst Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling:
- - inspecteur-sectiechef bouwtoezicht;
- - inspecteur binnendienst;
- - inspecteur buitendienst.
Lid 2
Bij indiensttreding in een (1) van de functies genoemd onder 1a en 1b wordt de woonplicht opgelegd door middel van het benoemingsbesluit.
Lid 3
De woonplicht moet worden aangemerkt als een voor een goede functievervulling gestelde functie-eis.
Lid 4
De medewerker aan wie, al dan niet bij aanstelling, de woonplicht is opgelegd dient zich binnen een periode van ten hoogste 2 jaar na het opleggen van de woonplicht te hebben gevestigd in de standplaats.